Workloadregistratiesysteem voor pathologen

1.  Inleiding

Sinds 1 januari 2015 is er een nieuwe Workloadregistratiesysteem voor de pathologie (vastgelegd in minuten). Dit systeem is door de NVVP in overleg met de NZA vastgesteld. Deze normtijden gelden voor alle diagnostiek. Er wordt hierbij dus geen onderscheid gemaakt tussen pathologiediagnostiek voor ziekenhuizen (2e lijn) en voor huisartsen (1ste lijn).

Tabel met indeling in zwaartecategorieën (versie 33 – november 2016)

De NZA bepaalt daarnaast per declaratiecode een integraal tarief (in €). De NZA maakt wel onderscheid tussen 1ste lijn (huisartsen) en 2e lijn (ziekenhuizen en ZBC’s). Voor de 2e lijn stelt de NZA geen tarieven meer vast. De NZA stelt wel tarieven vast voor de 1ste lijn (huisartsen) en kaakchirurgen (die buiten de DBC- systematiek vallen). Dit zijn integrale tarieven, dus alle kosten die hiervoor worden gemaakt inclusief het honorarium voor de patholoog. Het honorariumgedeelte voor de patholoog is hierin niet meer apart geoormerkt. Dus alle door de NZA vastgestelde tarieven gelden niet voor de reguliere ziekenhuiszorg en ook niet voor onderlinge dienstverlening tussen ziekenhuizen en/of ZBC’s.

2.  Normtijden per zwaartecategorieën en verrichtingen

De workload voor in Nederland werkzame pathologen (medisch specialisten) wordt bepaald door normtijden die zijn vastgelegd voor diagnostische bepalingen (zorgactiviteiten). Deze zorgactiviteiten betreffen 6 verschillende zwaartecategorieën en 9 aparte categorien voor specifieke extra verrichtingen, zie onderstaande tabel.  De zwaartecategorieën zijn gebaseerd op combinaties van aard materiaal (bv. huid) en verkrijgingswijze (bv. resectie). In uitzonderingsgevallen wordt de zwaartecategorie ook gebaseerd op klinische informatie zoals bij huid, lever categorieën en nierbiopten waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen biopten met als vraagstelling ontsteking en biopten met als vraagstelling neoplasie. De zwaartecategoriecode kan daardoor direct bij ontvangst worden geregistreerd en staat los van de uiteindelijke diagnose. Deze werkwijze (“registreren van verrichtingen aan de voorkant”) sluit aan bij de introductie van Diagnose Behandel Combinaties (DBCs). De zwaartecategorieën kunnen worden aangevuld met extra verrichtingencodes (bv. extra moleculaire bepalingen of vriescoupe). De aan zwaartecategorieën en verrichtingen gekoppelde normtijden betreffen afspraken die door de NVVP zijn bepaald en goedgekeurd door de NZA.

Bovenstaande declaratiecodes worden vastgelegd in de DBC van de patiënt waarvoor de diagnostiek is verricht en wordt vastgelegd in de registratie van het ziekenhuis. Het ziekenhuis heeft op deze manier inzage in de hoeveelheid diagnostiek die de pathologie gemiddeld voor een bepaalde DBC uitvoert. Deze informatie kan het ziekenhuis gebruiken om een zo reëel mogelijke kostprijs te bepalen voor de zorgverzekeraars.

Daarnaast zijn er nog 2 categorieën die buiten de DBC-systematiek vallen.  Code 050509 betreft cervixcytologie t.b.v. het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker en wordt vergoed door het RIVM. Voor obducties (code 050508) is een normtijd van 125 minuten afgesproken. Obducties vallen buiten de DBC-registratie. Deze worden in de regel apart door ziekenhuis aan de pathologen vergoed.

3.  Kostprijstarieven en integrale tarieven (vastgesteld door de NZA)

Dit workloadregistratiesysteem bestaat in deze vorm sinds 1 januari 2015. In 2015 is de NZA echter afgestapt van het apart vastleggen van honorariumtarieven (voor de medisch specialist) en kostprijstarieven (voor het ziekenhuis/de afdeling). De NZA legt nog alleen integrale tarieven (kostprijs plus honorarium) vast die uitsluitend gelden voor huisartsen en kaakchirurgen omdat deze buiten de DBC-systematiek vallen. Dus alle voor de pathologie door de NZA vastgestelde tarieven gelden niet voor de reguliere ziekenhuiszorg en ook niet voor onderlinge dienstverlening tussen ziekenhuizen. Deze tarieven worden hiervoor in de praktijk echter vaak wel gebruikt, hetgeen tot de nodige verwarring heeft geleid. Hoe is het geregeld?

4.  Bijlage: Veel voorkomende problemen met indelen

Voor de meest voorkomende onduidelijkheden staat hieronder vermeld hoe deze ingedeeld dienen te worden. In een aantal gevallen zal onduidelijk blijven in welke categorie een inzending thuishoort. Ook in dit geval is de patholoog verantwoordelijk voor het kiezen van de best passende categorie, waarbij de NZA-regel geldt dat onder één pathologie onderzoek wordt verstaan het onderzoek van alle daartoe in aanmerking komende weefsels (histologie) of celmateriaal en vochten (cytologie) die binnen één zitting worden verwijderd in verband met één zorgvraag. Per type histologisch of cytologisch onderzoek geldt één specifieke declaratiecode.  Het wordt sterk geadviseerd dat alle afdelingen hiervoor een standaardprocedure opstellen. Dit helpt discussies met zorgverzekeraars, externe inzenders, de NZA en accountants te voorkomen.

Afspraken over vaak voorkomende onduidelijkheden:

  • Hoe huidbiopten in te delen met vraagstelling neoplasie èn ontsteking?
  • Mammabiopten/resecties links en rechts
  • Longcytologie en mediastinale lymfklierpuncties