Normtijden per zwaartecategorieën en verrichtingen

De workload voor in Nederland werkzame pathologen (medisch specialisten) wordt bepaald door normtijden die zijn vastgelegd voor diagnostische bepalingen (zorgactiviteiten). Deze zorgactiviteiten betreffen 6 verschillende zwaartecategorieën en 9 aparte categorien voor specifieke extra verrichtingen, zie tabel 1.  De zwaartecategorieën zijn gebaseerd op combinaties van aard materiaal (bv. huid) en verkrijgingswijze (bv. resectie). In uitzonderingsgevallen wordt de zwaartecategorie ook gebaseerd op klinische informatie zoals bij huid, lever categorieën en nierbiopten waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen biopten met als vraagstelling ontsteking en biopten met als vraagstelling neoplasie. De zwaartecategoriecode kan daardoor direct bij ontvangst worden geregistreerd en staat los van de uiteindelijke diagnose. Deze werkwijze (“registreren van verrichtingen aan de voorkant”) sluit aan bij de introductie van Diagnose Behandel Combinaties (DBCs). De zwaartecategorieën kunnen worden aangevuld met extra verrichtingencodes (bv. extra moleculaire bepalingen of vriescoupe). De aan zwaartecategorieën en verrichtingen gekoppelde normtijden betreffen afspraken die door de NVVP zijn bepaald en goedgekeurd door de NZA.

Bovenstaande declaratiecodes worden vastgelegd in de DBC van de patiënt waarvoor de diagnostiek is verricht en wordt vastgelegd in de registratie van het ziekenhuis. Het ziekenhuis heeft op deze manier inzage in de hoeveelheid diagnostiek die de pathologie gemiddeld voor een bepaalde DBC uitvoert. Deze informatie kan het ziekenhuis gebruiken om een zo reëel mogelijke kostprijs te bepalen voor de zorgverzekeraars.

Daarnaast zijn er nog 2 categorieën die buiten de DBC-systematiek vallen.  Code 050509 betreft cervixcytologie t.b.v. het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker en wordt vergoed door het RIVM. Voor obducties (code 050508) is een normtijd van 125 minuten afgesproken. Obducties vallen buiten de DBC-registratie. Deze worden in de regel apart door ziekenhuis aan de pathologen vergoed.

Revisies

Revisies moeten op dezelfde manier worden vooralsnog geregistreerd als primaire inzendingen. Dus bv. een larynxbiopt dat door een academisch centrum ter revisie wordt opgevraagd i.v.m. een operatie die bij die patiënt in het dat academische centrum zal plaatsvinden moet als larynxbiopt gecodeerd worden. Voor de betreffende patiënt zal in het academisch centrum een nieuwe DBC geopend worden en de pathologie verrichtingen zullen zo opnieuw in de DBC van het academisch centrum geregistreerd worden.

Consulten

Voor consulten zal in het consultgevende centrum geen DBC geopend worden. Consultgevende afdelingen wordt geadviseerd voor ieder consult declaratiecode 050519 te registreren (=38 minuten). Dit maakt de werkbelasting voor consultgevende afdelingen goed zichtbaar. Registratie in de DBC-methodiek is helaas niet mogelijk en deze workload is daarom niet te registreren in het ziekenhuisregistratiesysteem.

Vertaling normtijd naar inkomen en FTE

Op basis van dit systeem wordt de totale workload per patholoog bepaald. Voor vrijgevestigden wordt deze workload gebruikt om het inkomen te bepalen dat afhangt van het honorariumbudget dat in het ziekenhuis hiervoor beschikbaar is. Er is dus niet een 1 op 1 vertaling van workload naar inkomen. Hiervoor geldt dat deze systematiek gebruikt wordt om een gemiddelde workload per patholoog te bepalen (de benchmark). Voor vrijgevestigden is deze benchmark medebepalend voor het bepalen van het inkomen.
Voor pathologen in loondienst geldt dat deze workload systematiek gebruikt wordt om de workload per patholoog te berekenen en om zo het aantal benodigde pathologen te bepalen.

Het is daarom belangrijk dat alle afdelingen op dezelfde manier de verrichtingen coderen. De meeste afdelingen zullen dit grotendeels geautomatiseerd hebben en de indruk is dat dit grotendeels uniform en correct gebeurt, voor zover dit de 2e lijns-(ziekenhuis)zorg betreft.  Voor de 1ste lijn is hier nog veel variatie in.

Voor 2015 werd de workload van pathologen over het algemeen uitgedrukt in zogenaamde CTG-eenheden. Eén CTG-eenheid stond voor 12,5 minuten. De systeemverandering in 2015 is tijdneutraal gebeurt. De gemiddelde normtijd voor alle verrichtingen is in het nieuwe workloadregistratiesysteem gelijk gebleven. Dus de totale workload uitgedrukt in minuten kan worden teruggerekend naar oude CTG eenheden door het totale aantal minuten door 12,5 te delen.

Problemen met uniform declareren voor de 1ste lijn

Het indelen van diagnostiek van huidaandoeningen geeft relatief veel problemen. Dit leidt vooral bij de 1ste lijn diagnostiek tot veel variatie, zoals blijkt uit een recente steekproef. Dit komt waarschijnlijk doordat de indeling afhankelijk is van de vraagstelling (neoplasie of ontsteking) en omdat het verschil tussen resectie en biopt vaak niet duidelijk is. Een shave excisie, curettement, excochleaat, en een biopt is qua indeling altijd een biopt, maar het is invoelbaar dat dit soms als resectie wordt geïnterpreteerd. (bijlage 4). Voor deze verkrijgingswijzen geldt dat radicaliteit in principe geen vraagstelling is en dat het materiaal in toto in één cassette ingebed kan worden.